Dagelijkse dingen, Medisch

Hoofdbrekens

Stel, je werkt op een polikliniek. Je bent nadrukkelijk geen arts. Het is de bedoeling dat je patiënten helpt bij een chronische ziekte. Een hersenaandoening bijvoorbeeld. Eigenlijk is jouw taak vooral hun verhaal aanhoren, zorgen wegnemen, onderzoeken en medicatie bespreken.

20120919-131605.jpg Foto: Rivertarts’ via Flickr.com, licentie CC-BY-NC

Hoe je dat dan doet? Vooral de patiënt niet uit laten praten. Je continu aangevallen voelen. Waarom? Omdat je iedere vraag als aanval ziet op jouw ‘expertise’. En jouw ‘expertise’ is wet. Ten slotte, alle vragen wegwuiven.

Wuif je toch niet alle vragen weg, dan geef je onsamenhangende antwoorden. Een voorbeeld: de ene keer zeg je dat drie aanvallen (van wat dan ook) per maand toch echt te veel is. De volgende keer zijn vier aanvallen geen enkel probleem. Of deze: na een jaar geef je aan dat een aantal klachten van de patiënt toch echt niet past bij de vastgestelde diagnose. Er is meer aan de hand.

Dan nog wat tips voor houding en gezichtsuitdrukking. Bij vragen die al vaker door de patiënt gesteld zijn, kijk je verveeld. De patiënt moet toch beter weten. Zeker gezien de onsamenhangende antwoorden die je eerder al gegeven hebt.

Vraagt de patiënt om een onderzoek dat jouw ‘expertise’ te boven gaat, dan ga je moeilijk kijken. Je stelt dan de vraag: “Waarom?”
Kun je er niet onderuit komen, dan zeg je met een verongelijkt gezicht dat je het met de specialist zult overleggen. Ondertussen vraag je jezelf af hoe de patiënt überhaupt om zo’n onderzoek durft te vragen. Dit laat je zien door een ongeïnteresseerde houding aan te nemen.

Het doel is simpel en tweeledig: geef de patiënt een onbestemd gevoel en zorg ervoor dat hij niet meer terugkomt.

Soms vraag ik me af waarom mensen voor een bepaald beroep kiezen terwijl alles erop wijst dat ze dat maar beter niet kunnen doen.